POPPULSE: Timo de Jong

‘Als muzikant blijf je altijd omhoog kijken’

Timo de Jong zingt op zijn nieuwe plaat over vermenging van vertrouwen en twijfel

Zanger en liedjesschrijver Timo de Jong (38)  is bekend van zijn diepe, warme zangstem en zijn Americana-muziek die niet alleen geworteld is in de jaren zestig, maar tegelijk ook fris en eigentijds klinkt. Vorig jaar bracht hij een album uit met stringband Leadbeaters, waarmee hij op TakeRoot stond en veel positieve kritieken kreeg. Nu werkt hij aan een nieuwe soloplaat Doubt/Faith, die in 2027 uitkomt, maar waarvan meerdere nummers al af zijn. “Het album gaat over de vermenging van vertrouwen en twijfel. Dat is sowieso een overkoepelend iets voor veel van mijn liedjes. Het titelnummer heeft betrekking op mijn vaderschap, of ik dat er wel een beetje fatsoenlijk vanaf ga brengen. Heel veel is al opgenomen. Ik denk dat het weer een stap in de goede richting is. Ik heb zelf heel goed door wat voor muziek ik maak. En toch heb ik vaak, als ik dan zo’n plaat luister, dat ik denk: hebben andere mensen dat ook wel door?”

“Ik ben een crooner, mijn zang is echt heel belangrijk in mijn muziek. Natuurlijk laat ik mij inspireren door oudere muziek, maar ik ben geen nostalgieact, de nieuwe plaat gaat wel over een hedendaagse wereld en een hedendaagse Timo. In vergelijking met mijn vorige soloplaat Kingdom of Mine is de sound verder uitgekristalliseerd, ik kom steeds dichter bij wat het is, maar anderzijds evalueert dat voortdurend. We nemen er de tijd voor, daardoor gaat-ie beter klinken. Er staan goede liedjes op. Er zit iets meer jazz in deze plaat.”

Groningen op een zomerse dag in juli, de Vogelbuurt in de Oosterparkwijk. Dit is de plek waar de zanger tegenwoordig woont, maar elke muziekliefhebber weet dat zijn roots in Meppel liggen. Hij is geboren in de Voorstraat en heeft dertig jaar van zijn leven doorgebracht in Drenthe. “Ik kom uit een redelijk muzikale familie. Ik kan mij repetities van mijn moeder, die zat in een band, herinneren met mijn tante en mijn opa. We hadden geen instrumenten in huis. In dat opzicht ben ik er niet mee opgegroeid. Op een gegeven moment kreeg ik een gitaar, maar dat stelde niet veel voor. Daar deed ik eigenlijk niks mee, net als met de hamster. Dat ik muziek ging maken was denk ik puur genetisch, niet cultureel. Ik luisterde wel muziek en ik zong veel. Als ik de hond uitliet, was ik bijna altijd wel aan het zingen, tot er mensen langs kwamen, dan stopte ik even…”

“Op mijn zestiende kwam ik in een grindcoreband. Ik kon niet veel, maar grunten kon ik wel. Toen ben ik met een vriend van mij, Marcel Haveman, een band begonnen. Dat was echt een herrieband: heel simpel, heel dom. We moesten tijdens optredens vooral grappig zijn, want we waren heel slecht. Dat kwam wel goed uit. Je kunt niet schuchter grappig proberen te doen op een podium. Eventuele podiumangst was gelijk weg. Marcel ken ik al mijn hele leven, we zijn beste vrienden en hielden allebei van extreme muziek. Dat wilden wij ook maken, alleen we konden het niet.”

 

‘Ik zal nooit een of andere rockgod worden, die begeleid door bodyguards de limousine wordt ingedrukt’

 

“Op de pabo leerde ik vervolgens Niels Krijger kennen. Hij maakt tegenwoordig bluegrass met Flatt Mountain. Met hem ben ik muziek gaan maken met akoestische gitaren. Dat was een beetje tijdens de folkboom, die toen kwam. Dat was voor het eerst dat ik serieus met muziek bezig was. We maakten samen de liedjes, waarvan ik de teksten schreef. We hebben ook een band gehad: Vygotsky. Inmiddels had ik al wel een platencollectie. Via Jan Kooiker leerde ik 16 Horsepower kennen. Dat vond ik heel cool. Als je van folkmuziek houdt is het makkelijk om terug te gaan in de tijd, ik ontdekte steeds meer oudere muziek. Ik ging sololiedjes schrijven, die te soft waren voor de band. Mijn eerste solo-optreden heb ik in 2014 gedaan in de foyer van Schouwburg Ogterop, als voorprogramma van mijn eigen band. Ik speelde folkliedjes, iets meer de kant van de singer-songwritermuziek op dan dat het nu is. Nadat Vygotsky was gestopt ben ik solo-cd’s gaan maken.”

“Ik heb elk jaar iets uitgebracht. Die cd’s liggen misschien nog ergens bij mensen achter in een kast, maar die liedjes staan heel ver af van de muziek die ik nu maak. Ik heb ze ook niet meer online staan. Ik zing beter tegenwoordig, mijn Engels is beter. Ik kan op zich nog wel genieten van wat ik toen heb gemaakt, het is niet afschuwelijk slecht, het is alleen niet representatief voor wat ik doe en naar buiten wil brengen. Het is verouderd, al ben ik er nog steeds trots op dat ik het voor elkaar heb gekregen. Doordat ik sounddesign heb gedaan als opleiding kon ik zelf mijn muziek opnemen. Ik luisterde met een soort van producersoor. Bij het inspelen maakte ik gebruik van muzikanten, verder deed ik alles zelf. Dat maakte het behapbaar. Ik had niet het geld om het masteren en mixen in de studio te kunnen betalen. En cd’s maken is natuurlijk aanzienlijk goedkoper dan vinyl.”

“Ik wist op dat moment wel: dit is mijn leven. Waar veel beginnende muzikanten beginnen met het spelen van covers hebben Niels en ik er bij Vygotsky direct voor gekozen ons eigen ding te gaan doen. Ja, het is nu de tijd van de coverbands, dat is een understatement van heb ik jou daar. Wil je weten wat ik daar van vind of zullen we het gezellig houden? Ik snap heel goed dat er een publiek voor is, het is alleen jammer dat het zóveel is. Ik vind dat je als poppodium de taak hebt om mensen muzikaal gezien op te voeden, om ze nieuwe dingen te laten zien, en niet alles herkauwen wat er al was. Mijn muziek is natuurlijk ook gebaseerd op wat ooit is gemaakt, er is alleen wel iets nieuws aan toegevoegd.”

 

‘Ik vind dat je als poppodium de taak hebt om mensen muzikaal gezien op te voeden’

 

Hij vertelt dat hij als muzikant plezier heeft gehad aan de ontwikkelingstrajecten Drentsch Peil en Hit the North. Het heeft zijn carrière op een positieve manier beïnvloed. “Via Ton van der Werf ben ik in contact genomen met Thomas Olivier, die mijn laatste platen heeft geproduceerd.  De eerste keer dat we hebben samengewerkt was in 2021 bij de live-EP Save Yourself From Falling. Hij is ook de producer van mijn nieuwe album. Het schrijven van nieuwe liedjes gaat bij mij eigenlijk altijd op dezelfde manier: ik ga zitten met de gitaar op schoot en speel wat akkoorden, soms laat ik mij inspireren door muziek die ik heb gehoord. Als het moet sta ik best wel aan, dan komt er veel binnen. De muziek die ik maak werkt als een oneliner waarin alles verpakt kan worden. Wat ik maak is vaak beschouwend, ik schrijf niet snel over mijn eigen dingen. Het staat wel dicht bij me, maar ik schrijf het zo dat ik hoop dat iedereen er iets mee kan. Je kunt er iets uithalen, er zit een boodschap in, al is het niet betuttelend.”

De onderwerpen kunnen verschillen: van maatschappijkritische teksten tot dingen uit het gewone leven. “Ik heb een liedje op mijn laatste soloplaat dat heet We’re All Gonna Die, dat is wel duidelijk een kritisch lied, maar ook weer niet helemaal: er wordt ook in gejodeld dat we toch allemaal dood gaan. Ik neem mezelf niet waanzinnig serieus. Ik ben ook maar gewoon een gast met een gitaar. Op de nieuwe plaat komt een liedje Something’s Gotta Change, dat is eigenlijk de enige strekking die er is. Ik zeg niet wát er moet veranderen. Een ander liedje op het nieuwe album heet When Will the Bombs Finally Fall, dat gaat erover dat we al zo lang lezen dat het einde nadert, dat ik zoiets heb van: nou, kom maar op.”

“Ik ben zeker niet somber in mijn sociale omgang, maar ik ben wel met dingen bezig. En dan ben ik altijd in flux of ik er iets aan moet doen of het van mij af moet laten glijden. We hebben het natuurlijk waanzinnig goed voor elkaar wanneer je het vergelijkt met negentig procent van de wereldbevolking. Dan zou je soms kunnen denken: moet ik daar iets mee? Anderzijds weet ik niet hoeveel zin dat zal hebben. Ik besef hoe goed ik het heb en dat waardeer ik. Ik kan daar van genieten. Ik ben niet het type dat naar Senegal gaat om daar waterputten te installeren. Ik scheid mijn afval heel goed, maar ik ben dit jaar op Java geweest en daar wordt het allemaal gewoon langs de weg geflikkerd. Dan denk je soms: wat voor zin heeft het dan? Ik probeer minder fatalistisch te zijn als ik soms ben.”

Terug naar de muziek, terug naar de nieuwe plaat. Is Timo de Jong weer beter dan op de vorige soloplaat Kingdom of Mine? “Ja, ik denk het wel. Mijn stemevolutie zal sowieso enigszins doorgaan. Ik zing nu heel anders dan tien jaar geleden. Ik luister veel muziek en er komt altijd nieuwe muziek bij, waar ik dan weer inspiratie uit haal. Ik vind het wel leuk om mijn publiek een beetje te pesten, een beetje te plagen af en toe. Vroeger zei ik dan ook nog wel eens dingen die gemeen zouden kunnen zijn. Dat doe ik tegenwoordig niet zo veel meer. Het is niet mijn intentie om mensen te schofferen. Ik heb wel een leuk verhaal over een optreden in Tivoli. Ik heb een liedje dat ik live speel en dat heet I’m Not A Cowboy (And Neither Are You). Ik zing dat we geen cowboy hoeven te zijn en dat we ook stoer en tof kunnen zijn door andere dingen te doen, door over je gevoel te praten bijvoorbeeld. Ik kondig het live vaak aan door te zeggen: ‘dit liedje gaat over mensen in Nederland met een cowboyhoed en daar laat ik het bij.’ Toen kreeg ik hele boze mail van een man die vol trots een cowboyhoed draagt. Hij vond het een kutopmerking en een dom liedje. Dat vond ik dan wel weer grappig. Ik heb hem geantwoord dat ik er niet zoveel mee bedoelde en hoopte dat hij een fijne avond had gehad en dat-ie lekker zijn hoed moest blijven dragen.”

 

‘Ik neem mezelf niet waanzinnig serieus. Ik ben ook maar gewoon een gast met een gitaar’

 

Hij zegt dat het soms lastig is dat hij als artiest de laatste stap nog niet heeft kunnen zetten op de ladder van bekendheid. “Ik kan mij voorstellen dat er mensen zijn die heel blij zouden zijn met wat ik heb, maar als muzikant blijf je altijd omhoog kijken. Ik ben over het algemeen wel tevreden, maar als je tevreden bent raak je ook een beetje de honger kwijt, dat is altijd een strijd. Ik wil graag nog veel meer grotere en toffere dingen doen dan ik nu doe, maar ik vind de jacht ernaartoe ook heel frustrerend. Ik ga geen zes filmpjes per dag op Instagram zetten om één show uit te verkopen. Ik vind ook niet dat je cool bent als artiest wanneer je dat doet. Het mag wel een beetje mysterieuzer. Ik zal nooit een of andere rockgod worden, die begeleid door bodyguards de limousine wordt ingedrukt.”

“Een van de hoogtepunten uit mijn carrière was het optreden vorig jaar met Leadbeaters op TakeRoot in Groningen. Dat was een vette show. Ik had niet echt de indruk dat we onderdeden voor de andere artiesten die optraden. De avond ervoor hadden we de pre-show gedaan in Vera. Pas een week voor TakeRoot hoorde ik dat we aan de line-up waren toegevoegd. Mijn hoofd ontplofte zowat. Ik heb daar zelf hele goede concerten gezien. Ik heb inmiddels meer dan negenhonderd keer opgetreden als Timo de Jong. Daar ben ik trots op, ik ben trots op de platen die ik heb gemaakt. En de nieuwe wordt weer een stukje beter…”

 

Tekst: FLIP VELLINGA

Fotgrafie: HARMEN RIDDERBOS

 

https://www.instagram.com/timodejongmusic/

In beeld

Samenvatting

Tips of tricks? Graag!

Wil je meer weten of heb je interessante ideeën voor Stichting Poppunt Drenthe? Neem dan contact met ons op, we drinken graag een kopje koffie of thee met je! 

Oud Ander Nieuws

POPPULSE: Erik Hoezen

‘Het gaat erom dat je wordt geraakt’ Erik Hoezen zoekt bij programmeren vooral naar afwisseling   Zijn kantoorruimte in een bedrijfspand aan de rand van

Lees verder »
Je hebt al onze berichten bekeken.