‘Het was een rollercoaster’

Popgoeroe Jan Stam kijkt terug op indrukwekkende carrière.


Foto: Julia Odenkirchen, met dank aan Podium Zuidhaege voor de locatie

Op 29 juni heeft hij de deur van het markante gebouw waarin Kunst & Cultuur is gevestigd in Assen voor de laatste keer in functie dichtgedaan. Een paar weken eerder heeft hij tijdens een afscheidsfeestje in Podium 34 in Borger het glas geheven met de mensen met wie hij op wat voor manier dan ook heeft samengewerkt. Wie denkt dat Jan Stam (67) na zijn pensionering nu rustig thuis zit in zijn woning in het Duitse Oberlangen heeft het mis. De man die als adviseur popmuziek bij Stichting Kunst & Cultuur altijd bezig is geweest voorwaarden te creëren om artiesten letterlijk een podium te geven, heeft een nieuw project omarmd, waarin hij nauw samenwerkt met het Drents Archief. Hij heeft vanaf 1975 een enorm persoonlijk archief opgebouwd: posters, foto’s, cassettebandjes, setlists, demo’s. Werkelijk alles heeft Jan bewaard. Hij is er best een beetje trots op dat de collectie straks wordt overgeheveld naar het Drents Archief, waardoor Drenthe straks een volwaardig en indrukwekkend poparchief kan aanbieden aan alle muziekliefhebbers. Terugkijkend op zijn carrière zegt hij: “Het was een rollercoaster.”

We spreken Jan een paar weken vóór zijn afscheidsfeestje. Hij is druk bezig om zijn kantoor op te ruimen en te sorteren welke cassettebandje en demo’s een Drentse oorsprong hebben. Soms is het voor hemzelf ook een ontdekkingsreis. Vandaag is hij in de kast een cassettebandje tegengekomen van de eerste Drentse hiphopformatie: de Lordz uit Oost, twee jongens uit Assen, die hij midden in de jaren 90 nog heeft geprogrammeerd op het Bevrijdingsfestival. “Drentse hiphoppers breken landelijk moeilijk door”, is de ervaring van Jan. Hij noemt Hyperactief uit Meppel als voorbeeld. ,,Die jongens waren geweldig, zó goed, maar zijn net te vroeg gestopt. Die hadden gewoon door moeten breken. Het is vaak een kwestie van de lange adem. Veel jonge muzikanten stoppen te snel.”

Terug in de tijd, terug naar zijn jeugdjaren. Geboren in een woonwagen in Noordscheschut, opgegroeid in Hoogeveen, aanvankelijk op een woonboot, later in een woning in de Verzetsbuurt. Ook zelf muzikant geweest. Gitarist in meerdere bandjes. “Als kind was ik al helemaal gek van muziek. In de speelgoedwinkel liep ik als eerste naar de speelgoedinstrumenten. Ik wilde geluid maken. Toen ik amper kon lopen zat ik al te trommelen op de pannen van mijn moeder en gebruikte ik de deksels als bekkens. Ik had zo’n klein radiootje, die nam ik stiekem mee als ik ’s avonds naar bed ging. Legde ik ‘m onder m’n kussen en luisterde naar de BBC en de illegale zenders, zoals Noordzee.”

“In de hoogste klas van de lagere school kregen we een flyer van de muziekschool. Ik heb me gelijk gemeld en gezegd dat ik graag gitaar of drums wilde spelen. Dat kon niet, ik moest twee jaar op een blokfluit oefenen, algemene muzikale vorming, daar had ik geen zin in. Ik wilde een echt instrument. Zo ben ik bij de fanfare van de Hoogeveense Harmonie terechtgekomen. Kreeg ik een plankje voor mijn neus waar ik een half uur op mocht slaan. Werd ik ook niet blij van. ‘Ga dan maar trompet spelen’, was de reactie. Dat heb ik een paar jaar gedaan. Ik was daarnaast actief als koorknaap bij het jongerenkoor van het Hoogeveens Christelijk Mannenkoor. Mijn ouders waren hervormd, je had toen al die zuilen. Helaas werd het knapenkoor wegbezuinigd. Bij de Fanfare heb ik het ook niet lang volgehouden. Ik zat Smoke on the Water van Deep Purple te spelen op mijn trompet, dat vond ik een geweldige band, net als Led Zeppelin en Black Sabbath.“

‘Je moet jonge muzikanten een keer
op hun bek laten
gaan op het podium’

“De eerste elpee die ik kocht was Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash en Young. Ik had inmiddels een akoestische gitaar voor negentig gulden aangeschaft bij Keurkoop, zo’n ding met van die plastic snaren, maar ik kon natuurlijk nog  helemaal niets, kon geen noot lezen. Een buurjongen achter mij speelde op een elektrische gitaar, hij had dezelfde muzieksmaak als ik, speelde veel bluesachtige nummers. Hij heeft het mij een beetje geleerd. Ik ben in Hoogeveen op zoek gegaan naar songbooks. Er was één winkel, de Sigarenkiosk, waar ze een songbook van Bob Dylan hadden liggen. Daar stonden alle liedjes van hem in tot en met Desire. Ik heb toen al die elpees aangeschaft en ging die nummers naspelen. Zijn allereerste platen vind ik nog steeds te gek. Zijn muziek sprak me aan, maar ook zijn teksten. Ik was behoorlijk activistisch.”

Al op jonge leeftijd is Jan als vrijwilliger medeverantwoordelijk voor het boeken van een aantal spraakmakende bands in de jeugdsoos Tinck in Hoogeveen. Hij kan zich nog herinneren dat Normaal voor 500 gulden een daverend optreden verzorgde. Ook The Scene, Armand en Toontje Lager werden gestrikt. Met een glimlach: “Armand kwam in 1978 naar Hoogeveen voor een optreden in het kader van de Boekenweek. De jeugdsoos was gevestigd in een pakhuis zonder ramen. Ik ontving de artiesten. In de deur zat een luikje, ik kon zien dat er een klein mannetje met lang haar op de stoep stond. Hij stelde zich keurig voor: ‘Ik ben Herman van Loenhout’. Oké, dat was dus Armand. Hij had een grote tas bij zich, waaruit hij een waterpijp haalde. Die moest ik vullen met water, waarna hij kon blowen.”

Het programmeren in de jeugdsoos krijgt een vervolg. Hij praat met bandjes uit de regio en hoort dat de muzikanten tegen veel problemen aanlopen. Het is herkenbaar voor de bevlogen tiener, die zijn creativiteit aanspreekt om de bandjes in de schijnwerpers te zetten. “Als ik naar de radio luisterde hoorde ik nooit muziek uit het Noorden. Ik ben in 1978 begonnen met het organiseren van een groepenpresentatie in de foyer van De Tamboer: Het Noorden is zo doods nog niet. Ik heb de poster hier nog ergens liggen, die was ontworpen door Johan Nauta uit Meppel. Via werving door heel Noord-Nederland en persberichten naar de kranten kregen we mooie bands op het podium. Ik heb dat drie jaar gedaan. De laatste keer hadden we 800 bezoekers. Ik merkte alleen  wel dat wanneer je één keer per jaar iets doet voor een band dat te weinig is. Ik heb toen een knelpuntennota geschreven met 26 verbeterpunten.”

“In 1976 is de Stichting Popmuziek Nederland opgericht. Dat was het eerste moment dat de Nederlandse muzikanten zich organiseerden en zich wendden tot de politiek. Popmuziek kreeg geen enkele subsidie, moest zich compleet zelf bedruipen. Stichting Popmuziek Nederland ging de belangen behartigen van de professionele muzikanten, maar kreeg ook een poot voor de amateurmuzikanten. Het was het begin van de punkperiode, er ontstonden allerlei popcollectieven. Ik ben informatie gaan inwinnen en heb besloten een popcollectief Poptone op te richten. We zaten in Zuid-Drenthe: Meppel, Hoogeveen, Emmen en Noord-Overijssel. Dat was ons werkgebied. Daarin waren ook de knelpunten meegenomen: geen oefenruimte, geen optreedmogelijkheden, geen ontmoetingsplekken, de hoge kosten. Je moest heel veel geld investeren in de band, maar dat kwam er nooit meer uit.”

“We zijn toen naar de politiek gegaan. We zaten, geloof ik, in dertig gemeenten. Hebben we gesprekken gevoerd met meerdere cultuurwethouders. Op een bepaald moment zijn we daar mee gestopt. Ze snapten er allemaal niets van. De meesten dachten: ‘die popmuzikanten verdienen geld genoeg’. In Overijssel hebben we toen de krachten gebundeld en het Provinciaal Popcollectief Overijssel opgericht. Daarop zijn we naar het provinciaal bestuur gestapt. Een aantal partijen dacht dat we geld genoeg hadden. In Drenthe was het eigenlijk net zo. ‘Gaan jullie minder bier drinken en minder drugs gebruiken, dan houden jullie geld over’. Dat was een beetje de stemming, maar uiteindelijk hebben we ze toch kunnen overtuigen. In Drenthe eerder dan in Overijssel. Samen met Jan Vrielink, die ook de manager was van Harry Muskee, heb ik in 52 uur zonder te slapen een popnota met als titel Drenthe Leeg Geswingd! geschreven. We vormden, samen met een ander Drents popcollectief Popas, het Provinciaal Popcollectief Overleg Drenthe (POPD) en hebben die nota in 1982 gepresenteerd in Bellevue. ’s Middags was er een paneldiscussie met politici, Jaap van Beusekom van Stichting Poppunt Nederland was erbij om ons te ondersteunen. ’s Avonds hadden we allemaal liveoptredens. Wij wilden Drenthe weer laten swingen.”

“We hebben een enquête gehouden onder 54 bands in Drenthe over hun positie, dat was op initiatief van de Culturele Raad. De uitkomsten daarvan zijn verwerkte in een tweede nota: 54 pop en een lege envelop. De eindconclusie was dat er een steunpunt in Drenthe moest komen voor de popmuziek. We hebben toen een enorme lobby gevoerd op provinciaal niveau en gekeken of we politieke partijen achter ons konden krijgen. Op een bepaald moment waren de PvdA en de VVD het wel met ons eens. We werden getipt dat de provincie een paar miljoen overhield op de begroting. We hadden net een podiumplan ingediend voor 20.000 gulden. Dat was bedoeld om Drentse podia subsidie te geven als ze Drentse bands zouden programmeren. Na de tip hebben we een plan ingediend voor een half miljoen en uiteindelijk 265.000 gulden gekregen als experiment voor tweeënhalf jaar. We zijn op 1 augustus 1984 gestart in Beilen met een eigen kantoortje. Vanaf dat moment was ik werknemer: popconsulent met een loon van 1100 gulden, 24 uur in de week. Ik deed het samen met Jan Vrielink.”

“Nu hadden we de kans. Het podiumplan was eigenlijk een van de eerste dingen die we hebben uitgevoerd: we hebben door heel Drenthe, vooral in jongerencentra, zestig concerten georganiseerd in één jaar. Het waren dubbelconcerten: twintig bands die qua stijl bij elkaar pasten en twaalf podia. Ik heb zelf als gitarist in drie bands gespeeld, waarvan vooral de periode in Vier Ons Gehakt erg leuk was. Dat was eindjaren 80. De slogan was tweehonderd procent energie. We speelden metalnummers en hardcore punk. Ik wilde ooit muzikant worden. Geen professionele carrière of zo, gewoon muziek maken als passie. Als hobby. Je doet het in eerste instantie voor jezelf. Ik vond het heel leuk om nummers te schrijven: Engels, Nederlands en Drents door elkaar. Teksten over Pelleboer, de weerman, dikke tieten en bier. Op een gegeven moment ben ik ermee gestopt, het werd te druk. In 1990 heb ik het Bevrijdingsfestival naar Drenthe gehaald.”

“Sinds 1987 wordt in de provincie Drenthe structureel geld opgenomen in de begroting voor popmuziek. Popmuziek wordt serieus genomen. Er ligt nu een hele mooie infrastructuur. Toen ik een jong ventje was kon ik nergens terecht. Je was helemaal op jezelf aangewezen. Nu heb je als jonge muzikant fysieke mogelijkheden om jezelf  te ontwikkelen. Je kunt aan de Kunstbende meedoen, Popspot, Drentsch Peil, we hebben Hit the North. Het is belangrijk om professionals in contact te brengen met jonge, talentvolle muzikanten, zodat ze adviezen krijgen en kunnen leren. En altijd in combinatie met liveoptredens. Je moet ze ook een keer op hun bek laten gaan op het podium.”

“Toen wij begonnen had je door gemeenten gesubsidieerde muziekscholen, zoals Scala Centrum voor Kunsten, waar je muziekles kon volgen. Eerst nog alleen jazz en klassieke muziek. In Drenthe hadden we toen in samenwerking met de stichting Kunstzinnige Vorming een leerplan voor popmuziekonderwijs bedacht,  een leerplan voor muziekonderwijs, dat professionele muzikanten tot popdocent kon opleiden. Die mensen gingen aan de slag op muziekscholen, maar dat is allemaal wegbezuinigd. Muziekdocenten moeten nu ruimtes huren, waardoor ze veelal apart lesgeven aan huis. Het gevolg is dat er minder bands ontstaan. Daarnaast is er een enorme concurrentie op vrijetijdsgebied. Ik vind dat er op het voortgezet onderwijs veel meer aan muziek moet worden gedaan. Op elke school zou eigenlijk een ruimte ingericht moeten worden met backline en zanginstallatie en digitale muziekprogrammatuur, zodat leerlingen in tussenuren of tijdens pauzes lekker kunnen klooien. Muziek en cultuur worden niet serieus opgepakt. Er zijn maar enkele scholen die daar goed mee bezig zijn. Het Esdalcollege in Emmen is daar één van, daar hebben ze muziek als eindexamenvak. Ik vind dat muziek net zo belangrijk is als rekenen en taal en op gelijkwaardige voet hoort te staan.”

‘Op voortgezet onderwijs moet veel
meer aan muziek worden gedaan’

“Het is voor mij in de beginjaren veel pionieren geweest. Veel mensen begrepen het niet. Popmuziek was een jongerencultuur, tegenwoordig is het een volwassencultuur. Er is veel vooruitgang geboekt, maar het is nog steeds zo, ook in de politiek: als er bezuinigd moet worden is het eerst op cultuur. Dat merk je ook in het onderwijs. Ik vind dat op alle basisscholen en alle scholen in het voortgezet onderwijs aandacht besteed moet worden aan cultuur. Aan muziek. Je mag het die kids niet onthouden. Het maakt ze ook in andere opzichten creatiever.”

“Nee, ik zie zeker niet op tegen de periode die er nu aankomt. Het gaat niet om mij, talentontwikkeling, daar draait het om. De continuïteit is gewaarborgd. Erik de Vries gaat al het advieswerk van mij overnemen. Macy van Geldorp gaat de activiteiten doen. Het werk gaat gewoon door, dat is het belangrijkste. We hebben in 2019 Poppunt Drenthe opgericht. De start was moeilijk, mede door corona, dat gaat inmiddels steeds beter. Ze krijgen nu een redelijk structurele subsidie van de provincie. En je hebt natuurlijk The Bake Shop, nog wel steeds een vrijwilligersorganisatie, maar als het goed is mogen ze vanaf de nieuwe cultuurperiode in 2029 en hopelijke eerder iemand in dienst nemen. Dat hoop ik ook. De provincie heeft inmiddels een regeling Talentontwikkeling. Dat is een mooie ontwikkeling.”

“Ik heb vorig jaar contact gezocht met het Drents Archief om iets te doen met mijn vanaf 1975 opgebouwde poparchief. Daar zaten een paar medewerkers die enthousiast waren. We hebben samen een plannetje bedacht. Dit voorjaar hebben we een overdrachtscontract getekend. Mijn hele archief gaat over naar het Drents Archief, die gaan alles digitaliseren en het niet gedigitaliseerde materiaal wordt goed bewaard. We gaan alles beetje bij beetje online zetten. Er is een website, het geheugen van Drenthe, net als het Groninger poparchief, waar je straks terecht kunt voor het Drentse poparchief. Dat is een behoorlijke klus, eerst één dag in de week. We hebben natuurlijk meer vrijwilligers nodig. Carlo Deuten, muziekman van RTV Drenthe, heeft zich al aangemeld. Wij moeten voor de input zorgen. Een Beatrix-festival in Meppel bijvoorbeeld, hoe is dat ontstaan? En bij alle posters moet even een beschrijving komen van de bandjes. De laatste voorzitter van PopAs heeft destijds het hele archief in de container geflikkerd, ik heb het er weer uitgehaald, maar weet ook niet alles. Er zijn nu al bandjes die mij benaderen, die nog dozen vol materiaal hebben. Er ligt heel veel bij mensen thuis. Daarnaast wil ik weer beginnen met muziek maken.”

“Eén woord om mijn carrière te schrijven? Ongelofelijk. Ik heb een unieke baan gehad. Wanneer mensen mij vroegen wat ik deed, zei ik altijd: ‘Ik zit in de muziek’. Het heeft overigens nooit als werk gevoeld. Talenten uit het noorden zien schitteren op het podium. Dát maakte mij gelukkig.”

 

In beeld

Samenvatting

Tips of tricks? Graag!

Wil je meer weten of heb je interessante ideeën voor Stichting Poppunt Drenthe? Neem dan contact met ons op, we drinken graag een kopje koffie of thee met je! 

Oud Ander Nieuws

Nieuws

Gluren Bij De Buren Drenthe

Twee keer per jaar veranderen huiskamers en tuinen in intieme podia voor de lokale amateurkunst tijdens Gluren Bij De Buren. Drenthe is vertegenwoordigd met optredens in en om Assen en Emmen.

Foto Jenny Jeanine door Edward Freije.

Lees verder »
Je hebt al onze berichten bekeken.